Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3

Was 'k nu bedroefd, 'k zou met de droefsten schreien: Zóo droef als ik kan toch geen droef mensch klagen: Maar tóch zou 'k zeggen: klaag om 's Levens slagen

Niet wild, niet zóo of 't u niet mócht kastijen.

Krom krimpe ik van verdriet; — 'k tere uit van lij'en; — Mijn arm hoofd snapp' niet waarom zulke plagen; — Maar wee, wée mij! als ooit mijn tong dorst vragen

Hoe 't Leven dat ten goede zou betij'en?

't Leven is goed: wij kunnen 't niet begrijpen :

Zóo kunt ge de aardkloot in uw vuist niet vatten; Of de' oceaan opscheppen in uw handen.

Hoed u voor 't bot-zijn. 't Leven zal u slijpen Tot een goed werktuig en niet vragen wat een Bot mes daartegen zeit. Elk zegge' is schanden.

Sluiten