Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wijsheid, de oudste-n-aan 't verhandlen Ging, en 'k vond dat wijs gedruisch Voor u niet pluis.

Broer Wijsheid — zeg maar: — is een abel spreker, Maar mij te luid;

Ën, 'k ben een meisje en weet, dat 's zeker,

Niet half wat, wat broer zeit, beduidt.

Zeg: de lieve menschen, die van mij houden,

Mogen hem niet; —

Maar Vader houdt hèm voor vertrouwden,

En luistert naar mijn lied.

Daar 's hij onz' Vader voor, en grooter,

Verbeeld ik mij,

Dan gij en andren, die, vergoodt ge er Eén, de andren haat, verbeeld ik mij.

Dus — zeg maar: — hoort ge mij niet praten,

Maar spreekt een broer of 'n zus,

Denk dan niet: dus ze is dood, dus zal ze nooit meer praten Want dat 's een dwaas, ón-redegevend »dus".

Sluiten