Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Derde van drie was Thijm, nu doode Thijm:

Dood, dat wil zeggen dat hij afsteeg en Ging slape' in de aarde, daar hij eerst op reed.

Derde van drie: rijde de heugenis Dier doode ruiters ons in 't rijden voor.

V

Mijn woordjes klein, gij zoudt al blaren zijn,

En dekke', een groene en dorre en bruine hoop,

Diens ridders lijk in dat droefst woud, mijn ziel. O blaren vreemd, wat war'ge en volle vracht Takjes en bladgroei lijkt me in 't lijntjeswerk Fijn gefiguur: kijk, hier mijn Ridder zelf:

Die stapt 'n stadsplein op van een blank trottoir,

Houdt de jas samen met de hand, 't hoofd schuin;

Daar 'n groote en vroolke man, loopt midde' in bosch; Ginds, die steekt óver 'n breede en drukke straat, Eén, die 't hoog lichaam prangde in een stijf kleed, En 't zacht spotlachen achter 'n hoedrand bergt.

'k Zie 'n jonk man aan een haardvuur, die met maklijk, Schertsachtig doen zich troost van 'n mensch te zijn; —

Sluiten