Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Op iemand, die géén bloemen koopt Maar die hij met de mooiste vriendlijk verzorgen kan.

Ik liep met haar over de hei:

Een doode berk stond jammerlijk Bij 'n vijver, die als spiegelglas,

Gevat in 't breede hei-paars was;

En daar 'k zat aan den waterrand: —

(Daar stonden sprietjes aan den kant;

Libellen stonden loodrecht op Elk sprietje en vatten 't aan met kop En fijne pooten, en de gazen Vlerkjes met teêre paarse mazen Bleven aldoor bewegelijk): —

Toen, daar ik opkeek, leek het mij,

Of 't meisjen in de berkebast Sneed met een mes, en met éen hand Scheurde ze een blinkend-witte band:

Ik riep: voor wie die berkebast?

Die is voor Koos, zei zij.

'k Dacht: dat 's de zuster die in 't huis,

Dat open voor den bloemtuin leit,

Sluiten