Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het Koor treedt op.

koor. Nu niet, als eens, in 't veld van Trasymeen, Schrijdend, waar Mars aan 't slaan Karthagen

sloeg; —

Niet waar in 't koningshof het minnespel Dartelt en 't wankel staatswiel ommeslaat;

Noch waar een vorst met pracht'ge daden pronkt Voert hoog deez' Muze 't goddelijke vers: — Niet anders, menschen, zullen we u doen zien, Dan Faustus' avonturen, goed en kwaad;

En nu, mits gij geduldig vonnis spreekt,

Spreken wij-zelf, voor Faustus in zijn jeugd. Nu 's hij gebore', een kind van een arm paar In Duitschland, in een stad, die Rhodes heet; Ouder, is hij naar Wittenberg gereisd,

Waar zijn verwant hem christlijk onderhield.

Sluiten