Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meph. Solamen miseris socios habuisse doloris.

faust. Wel, hebt gij zeiven pijn, die andren martelt ? meph. O, pijn, wij lijden als een menscheziel.

Maar zal 'k uw ziel nu hebben, Faustus, zeg? Ik zal uw slaaf en altijd bij u zijn,

En u meer geven dan ge u ooit verbeeldt.

faust. Ja, Mephistophilis; ik geef ze aan u.

meph. Dan, Faustus, snijd u moedig in den arm, En schrijf dat op zoodaan'gen dag uw ziel Een ziel zal zijn voor grooten Lucifer;

En word dan zelf zoo groot als Lucifer.

faust. Kijk, Mephistophilis, om uwentwil

Snijd 'k in mijn arm en met mijn eigen bloed Verschrijf 'k mijn ziel aan grooten Lucifer,

Heer en regent van den oneind'gen nacht! Zie toe, hoe 't bloed neerdruppelt van mijn arm ; Laat het mijn wenschen een goed teeken zijn. meph. Nu Faustus, moet

Ge 't schrijven zoo bij wijs van schenkingsacte. faust. Ja, dat zal 'kdoen; maar, Mephistophilis,

Mijn bloed gaat stollen; kijk, 'k kan niet meer

schrijven.

Sluiten