Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Onwinbaar sterk voor elk veroov'rend vorst; Toen van Parijs, waar we aan de fransche grens De Maine zagen vallen in den Rijn,

Waar de oevers rijk met wingerd zijn beplant. Daarna naar Napels, 't rijk Campania,

Waar trotsche en prachtige paleizen staan,

Langs straten, ruim, fijnsteenig geplaveid,

Die de stad vierendeelen, kruisgewijs;

En wijzen Maro's gouden tombe zag 'k, En d' éen mijl langen weg, dien Maro hieuw Midden door 't bergrots, en in één nacht tijds. Toen naar Venetië, Padua en de rest,

In éen waarvan een trotsche tempel staat,

Die 't hooge dak tegen de sterren steekt. Zoo heeft Faustus tot nu zijn tijd gebruikt:

Maar zeg mij thans in welke plaats wij zijn; Hebt gij, zooals 'k u eerst bevolen heb,

Mij naar die groote stad Roma geleid?

meph. Dat heb ik, Faustus; en opdat we het niet te kwaad zouden hebben, vond ik het best de zitkamer van zijne Heiligheid in gebruik te nemen. faust. 'k Hoop dat zijn Heiligheid ons welkom heet.

Sluiten