Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

faust. Daar 'k weet, mijn Heeren,

Dat gij 't in ongeveinsde vriendschap vraagt, En 't Faustus lust niet is een vriendenvraag Wreed te verslaan met zijn vijandlijk neen, Zoo zal 'k die Grieksche en weergalooze vrouw, U toonen zóó van pracht en heerlijkheid,

Als haar Heer Paris meevoerde over zee, En bracht zijn buit naar 't rijk Dardania.

Maar spreek dan niet: in woorden schuilt gevaar. (.Muziek klinkt en Helena gaat over het tooneel. 2e stud. Mijn brein is te arm dan dat 'k haar waarde

uitspreek',

Die 'n wonder is van heerlijke onuitspreeklijkheid. 3e stud. Niet vreemd dan, dat der Grieken toorn vergold Met tien jaar strijd den roof van zulk een vrouw, Wier schoonheid hemelsch iedere aardsche ontstijgt. 2e stud. Nu wij deez' schoonste en 't kunstwerk der Natuur, 't Geschapen beeld van aardsche uitnemendheid, Zagen, zoo laat ons gaan; en Faustus zij,

Om dit schoon doen, gezegend voor altijd.

faust. Ik dank u, Heeren, 'k wensch 't u ook. Vaarwel.

(Exeunt Studenten.

Sluiten