Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ten brand van Trooi's hoog-torenige burcht?

O kus me en kus me onsterflijk, Helena!

Mijn ziel vliegt op haar lippen, zie haar vliên!

Kom, Helena, geef mij nu weêr mijn ziel.

Die lippen zijn mijn hemelsch paradijs,

En slijk is alles, is 't niet Helena!

Ik ben uw Paris en voor ü, mijn lief,

Wordt Wittenberg verheerd als Troie eermaals,

En i k zal zwakken Menelaüs slaan,

En schudde' uw kleure' op mijn gepluimden helm.

Ja, 'k zal Achilles treffen in zijn hiel,

En dan weer bij u bidden om een kus.

O, gij zijt schooner dan een schemernacht,

Waar duizend held're starren klaar in staan;

Meer glanzend dan toen Zeus in glorie scheen,

Voor 't bleeke lijf dier arme Semele :

Lieflijker dan de late luchtgod wijkt,

Dien Arethuse in dartele armen wacht :

O gij, mijn zoetelief en oogenlust. (Exeunt.)

Sluiten