Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uur later, toen deze vader heel veel had uitgelegd, — vader bracht van dat uur driekwart kauwend door — ging hij met Antoine uit wandelen. En daarbij legde hij zijn pupil ook zeer veel uit: dat ziju moeder zooveel geld had nagelaten, dat hij, Antoine, daarvan zóóveel kreeg en zyn vader zóóveel, dat deze nooit recht op een cent van zijn geld zou hebben, en dat deze op zijn 23ste jaar geheel een vreemdeling voor hem zou kunnen worden — voor Antoine, zooals hij trouwens al was voor de heele familie van zijn moeder.

„Waarom nemen die me dan niet bij zich?" vroeg Antoine.

„Ja", zei de vreemdeling, „dat gaat zóó niet! Je vader zou eerst erin moeten toestemmen".

„Dat doet hij zeker", geloofde Antoine.

„Nee, ik denk het niet", antwoordde toen weer de vreemde meneer, die machtig deftig deed met een gekleede jas en een opgerolde parapluie. „Ik denk het niet", herhaalde hij onder een bedenkelijke staring van zijn nogal domme oogen.

„Maar laat hem dan moeten! Laat hem dan nu al een vreemde voor me zijn, nu of over een tijdje, dat is toch hetzelfde, niet?"

Sluiten