Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dacht, dat de baas alles zoo zonder uitzondering goed vond. Hij stond er maar bij, half naar het raam gekeerd, als ging de zaak hem niet aan. Er was verder alle aanleiding om den man te wantrouwen en althans nauwlettend toe te zien op zijn gedragingen in de toekomst. Yoorloopig echter kon het afscheid zonder verderen omhaal wel volgen.

„Maar wacht, dat is waar .... nu moet ik u nog verzoeken mij de kooppenningen voor de nieuwe zaak toe te vertrouwen", zei de voogd.

Vader deed alsof hij niets hoorde.

„Vader, je mot je geld geven", hielp Autoine, met duidelijker woorden, zijn bondgenoot.

„Wat?" bulderde de smid nu los, „wou je me geld meenemen, me geld 1 Dat verdom ik .

„'t Is het geld van moeder", verweet Autoine.

,'t Kan me niet schelen van wie het is, nou het eenmaal in mijn pooten is, krijg je het er niet meer uit. Een knappe jongen, die het er uit haalt".

„Maar meneer...," wilde de voogd interpelleeren.

„Meueer, meneer1', schreeuwde de baas in culminatie van woede, woest met zijn vuisten op de

Sluiten