Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Met den van den notaris den vorigen avond gekregen sleutel, maakte hij nu zwijgend de deur open en ging rond kijken. Üe knechts, oud-gedienden van de firma, zochten hun karweitjes op, die ze gisteravond hadden verlaten, en ongemoeid op de aambeelden vonden ; toen de baas gedaan had met kijken en ook zelf werk gevonden had, schreeuwde hij, boven het gehamer uit: „En nou, je pooten gebruiken. Dat is de boodschap, verstaan?"

„Ja, baas", zeiden de knechts.

Met vaardigheid nam hij nu zelf het werk ter hand, en hij had er aardigheid in, zijn oude vak in een behoorlijke werkplaats weer uit te oefenen.

De aardigheid bleef tot aan zijn dood toe. Tegen den avond vond hij op het bovenkamertje, later door Antoine bewoond, een oudachtig mannetje, schrijvende.

„O, ja, jij bent de klerk. Goed, doe jij je werk maar".

De deur was alweer dichtgeslagen met een dreun, voor dat de man goed omgekeken had.

Met het stomme aanpassingsvermogen van een dier, dat zijn kop in eiken hoek te slapen kan leggen, schikte vader zich in de omstandigheden.

Sluiten