Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zoo is bet mooi, het arbeidersgezin in ruste. De komende geest heerscht er, maar hij breekt het harde pantser nog niet. Het zijn nog slechts de geboorte-uren van het verlangen naar meer zulke momenten, die telkens op een andere plaats zich zelve afspinnen van minuut tot minuut. Nol, zijn vader en Her ook met een enkel kort woord, verhieven zich zoo met den zielsmoed van de middagsrust tot de regionen waar de kleinste mensch zich als rechter stelt tegenover de groote wereld.

„Ze" — zoo spraken ze en waren het roerend eens — „moesten dit doen en dat doeu."

„Dit zouden dan de gevolgen zijn " zoo

stelden ze vast. Ze praatten met heel middelmatige woorden en zonder eenigen hartstocht. En eigenlijk vonden ze al wat ze zeiden zoo geheel waardeloos en zonder nut, maar toch voelden ze het als een genoegen zoo zelfbewust een oogenblik van nietwerken te zeggen, hoe de wereld wel moest zijn. Zelfs de inspanning van moedig te zijn was daarbij niet noodig ; en toch was er weer moed bij, die lichte moed-van-zelve, die woorden-moed, waarmee men strijdt als het niet een strijd om haat geldt. Zoo waren de drie arbeiders als bij sym-

Sluiten