Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I

maatschappij niet noodig heeft. En wat dan ons kunnen aangoat, daaraan heeft de maatschappij zoo weinig. Ik heb mijn zaakje, maar als ik dat verloor, dan zou ik toch ook moeten bedelen, net als zoo'n werkman, die door zijn baas wordt weggejaagd. Is het niet zoo, meneer Antoine 1

„U wilt zeggen, dat ze mij ook nergens kunnen gebruiken V'

„Dat nou weer niet! U kunt toch teekenen ....

En dan als je maar wilt

„Willen ! maar u moet niet vergeten, dat iemand van goede familie wat kieskeurig kan zijn."

Antoine, gemoedelijk maar tevens moedig in dit milieu, waar hij zich thuis voelde, omdat zijn beginselen er voorheerschten, begon zijn gewoon lang betoog er over, hoe hij eigenlijk sproot uit een hoog begaafd geslacht, waarin alle goede eigenschappen waren opeengehoopt sedert jaren en jaren. De fijnheid van gevoelens en die nobele wendingen van het zieleleven waren telkens weer in een nieuwen stamhouder gecumuleerd.

Zijn geslacht stamde af van frauschen adel en het had in elk geval dien fijneren geest van beschaving over zich, die de franschen als natie nu

Sluiten