Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die vieze kweekeri] van ruwe kinderen, 't Was te grabbelen gegooid in een hondennest. Misdadige nonsens. Met zijn geld werd dat hondennest in stand gehouden, omdat een gauwdievig toeval het aan zijn geslacht had weten te ontfutselen. Wat kwam er voort uit die paring, voorafgegaan door diefstal ? Drie jongens, mismaakt, half idioot.... Als hij dan als stempel van zijn afkomst de halve krankzinnigheid droeg, dan hadden zij, die Job, Nol en Her als merk lichamelijke mismakingen, plebejisch, onaestetisch. Hij kon dan nog roemen op zijn wrakken geest, die ten minste niet leelijk was. Renaissance is immers ook wrak, week, precieus! Meneer Vanckert mocht hem aankijken en zijn ziel doorgronden, hij mocht diagnoseeren op „geen wil en onnut kennen", onschoonheid zou hij er toch niet vinden. In zoover was de wereldgang dan nog wel genadig. Best wilde hij met zijn abnormale ziel door het leven gaan ; nog eenmaal zou hij er trots op wezen : het was ten minste beter dan idiote normaliteit

„Waartegen je ten slotte je hoofd kapot loopt, meneer Antoine".

„Dat doe je niet! Als je ze maar weet te mijden".

Sluiten