Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij móest schreeuwen in zulke gevallen, maar het klankvolume had hij niet altijd bij de hand.

„Wie t zeg het dan, verdomme", zoo zwol zijn drift, Nol, alsof die het zeggen moest, strak aankijkend, met een paar kauwen van zenuwachtigheid.

„Nou, dan huren we er een vent voor", vond Nol.

G-een een die het zoo kent, in de heele stad; en dan wat een geld, waar halen we het vandaan".

Antoine had werkelijk een groote vaardigheid in het ontwerpen van reuaissance-versieringen en het teekenen van de details. En inderdaad was hij een goedkoop teekenaar. Hij deed het voor de burgermanspot, waaruit hij mee-at.

„Ik zeg je" zei vader dus met volle recht, „als hij zijn geld uit de zaak neemt en het weigert om te teekenen, dan zijn we gesjochten, allemaal. De klanten wachten niet op je, dat mot je niet denken''.

„Dat zeg ik ook niet.''

„Nou, wat zegje dan wel? vertel jij dan eens wat ik doen mot", wond vader zich langs den weg der illogica op, een aanleiding zoekend tot ontlading van zijn kwaad humeur. „Geef jij me dan een middel."

Sluiten