Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Het is alleen maar wat vervelend als het lang duurt."

Op zijn bovenkamertje zat Antoine reeksen versregels van de toen nog nieuwe Eedensche poëzie op te zeggen. Hij deed het met gevoel, in modernen trant en dus zeer eentonig. Werkelijk kreeg het zoo veel van een gebed in alledaagschen stijl.

„En", zei vader al half dreigend, „als hij nu maar niet de aardigheid uithaalt om hier in de kamer ook te gaan bidden . . .

. Als hij het stil doet . . ." zoo schoof moeder dadelyk een vergoelijking er tusschen.

.... Want dan smijt ik hem het huis uit".

Nol, die er ook bij was, toenmaals een drie jaar jonger, had een groot bonk steenkool in de hand en berekende, welke worp in de richting van den bidder het meest geluidgevend zou zijn.

„Laten, hoor!" waarschuwde moeder en Nol gaf zijn plannen op.

„Jesis" riep ze opeens . . . „Hoor je wel . . . 't rijmt . . . zou-d-i versjes bidden V'

„Hoe dat ?" vroeg vader.

En met angstige verbazing, vol van de schuch-

Sluiten