Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op een dag, dat Antoine niet thuis zou komen, de boekjes, waaruit hij bad, eens gaan inspecteeren.

„Er staat van alles in" zoo rapporteerde hij.

„Hoezoo, van alles?"

„Nou ja, van onzen lieven Heer en al die grappenmakerij en nog van andere dingen ook. Ik begrijp het niet allemaal . . . zoo van droomen en . . . komen onder de boomen ... en stoomen".

„Zou het kwaad kenne V' vroeg moeder.

„Nee, dat niet" verzekerde vader met overtuiging.

„Hij zal anarchist geworden zijn. die hebben allemaal van die boeken" lichtte Nol in.

„Hou jy je gezicht er buiten'' zei vader geabsorbeerd. doch, het geval en zichzelf een beetje vergetend, Nol, die boven de jaren gekomen was, een oorvijg gevend.

„Doe me dat nóg is ! Waag het er is V' riep Nol verwoed over zoo iets.

Een nu volgend onderhoud over den eerbied dien een zoon, zelfs een zestienjarige, zijn vader verschuldigd is, leidde de aandacht van het verzenbedrukte gezin wat af.

Sedert waren ze heelemaal aan het verzenopzeggen op de bovenkamer gewoon geworden.

Sluiten