Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Alleen Job, die altijd alles het laatste merkte en behalve blind ook doof scheeu, vermoedde er eerst later iets van.

Eens had moeder Antoine gevraagd, waarom hij altijd verzen bad.

Antoine had dat een aardige uitdrukking gevonden en vriendelijk geantwoord:

„Omdat het mooi is."

„Mooi V'

„Ja, mooi."

„O, zoo."

Genoeglijk lachend over den onschadelijken idioot, die met zulk een ernst dwaze dingen kon zeggen, was ze weer aan het werk gegaan.

„Toch ongelukkig" besloot ze onder het kletterend geraas van met kracht behandeld keukengerij. „Toch ongelukkig als je zoo . . . niet goed snik bent."

Doch dan dadelijk kwam haar moederlijk sentiment weer boven, een ding van de zelfde soort als dat ze in Antoine zoo uitlachte. Ze zag hem dan weer als die maal, dat ze hem na een zenuwcrisis op bed legde, dat hij zoo slap was en ze hem kon toedekken als een kind, een deftig

Sluiten