Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door tallooze fijne gevoels- en verstands-intuïties. Hij wist de fragile aandoeningen van mooi in oude werken van kunstnijverheid na te speuren met den fijntredenden zin, die, als op een heilige jacht naar mooi, telkens weer aan urbaniteit wint. Hij was een curiosa-mensch vol verklonken herinneringen, die ziel-sieringen geworden zijn. In hem verbleekten de wilde aandoeningen van een smartvol vrachteloos leven tot de fijnheid van lenteweelden die uit den dood van illusies zijn opgestaan. De dooüshand die hem zijn hopen nam, was al zoo vroeg in hem gekomen en de lentegroei had al zoo lang geduurd, dat alle fijnere groei van geleden smart volwassen worden kon en hem vervulde.

Zoo volledig was alle zielsvermogen bij hem ontwikkeld, dat er geen klank in het leven was, waarop zijn gemoed niet antwoordde. Alle dagen was hij vervuld van kleine aandoeningen, als een blijvende zich bloedig ontstroomenden kostbare sensatiesreeks ; en dus altijd was de smart van lijden daar, trillend in de pijn van een eeuwig voortgezette geboorte.

Daarin kon een beminnelijk kenner van den

Sluiten