Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Enfin, we zullen vriendelijk tegen hem zijn" spotte Nol, stoutmoedig, „jelui weten het beter". En om de heele zaak te rediculiseeren, gaf hij het voorbeeld.

„Dag. Antoine", misbaarde hij met stem en maakte een reverence met uitgebreide handen naar de deur, waardoor nu door allen de komst van Antoine werd verwacht.

Vol stilzwijgen zaten zeer allen schrikkelijk in met de aan te nemen houding. Ze konden toch slecht met dien vreemdeling gaan flikflooien, hem lekkere beetjes toe stoppen! De pathetiek van een toespraak en een handdruk zou hen evenmin goed afgaan . . . Maar hoe moesten ze dan anders hun vriendelijkheid toonen ? Toch, als ze hem niet verzoenden, dan ging de zaak op de flesch, dan werden ze op straat gesmeten, dan kon het geheele gezin gaan bedelen. Hun primitieve tijgernaturen wilden gaarne, nu dat er van afhing, buigen voor dengeen, die toch werkelijk de meneer onder hen was, omdat hij een boordje droeg en schoone handen had. Psychisch was het niet erg, te buigen ; ze hadden het al gedaan, zelfs Nol, maar die trok er straatjongens-gezichten bij. Om het

9

Sluiten