Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

goed waren, niet te nat en niet te kruimig, dat ze ook heel best waren, zoo uit de pan en dat het gezellig was om samen te eten. Ook sprak ze van andere gezinnen, waar de gezelligheid nooit voorkwam, behalve Zondags en dan nog niet altijd . . .

Toen moest ze zwijgen. Ze wist niet meer.

Stilte. De aardappelen werden opgeschept. Met breedheid begonnen allen de eetbevvegingen en het starend smakken als keken ze allen naar dat eene ding, dat nu maar niet gebeuren wilde. Zij dwongen zichzelf ertoe als een voerman zijn onwillig paard, maar hun gemoed ontbrak de elasticiteit om zich te kunnen verplaatsen van den eenen toestand in den anderen, die hun besluit eigenlijk al geschapen had. Ze stonden nu als bedremmelde werkmenschen de pet futselend in de handen, op den drempel van een kleurbevloerd en goudbesprenkeld salon: de weelde van een goede, zachtmoedige verstandhouding en de glans van den vrede en welvaart. Ze durfden niet ingaan, omdat de manier van losse intrede hun ontbrak.

Op die kleine onmogelijkheid moest de verzoening in huis afstuiten ?

Sluiten