Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Al de mannen zaten in verslagenheid. Ze voelden dat het raak was geweest en dat ze tegen dien door overvolheid overstaggaanden nijd met hun vloeken en ongemotiveerde kracht niet opgewassen waren. In radeloosheid verging het rustuur na den eten. Ze bleven allen, behalve Nol, die op een goed oogenblik een argument zocht om de straat op te loopen. Daar betoogde hij luide tegen een paar kameraden, dat je aan op vreters toch niks had en dat het maar het beste was wat ze doen konden, als ze weggingen.

Daaruit ontwikkelde zich nog een diep, philosophisch-sociaal gesprek, waarbij Nol beweerde dat Pierson niets van financieeren afwist en een ander Troelstra een praatjesmaker noemde. De jonge lieden waren een beetje anarchistisch aangedaan.

Zoo kwam het dat Job de eenige was die na het eten nog in de smederij kwam. Hij werkte gewoon als altijd, zich zelf helpend nu de broers er niet waren om hem bij te staan.

Antoine liep direct naar Vanckert, dien hij bezig vond aan een klein, aardig werkje, het snijden van rococo-consoles, die hij vergulde en in zijn

Sluiten