Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ingenomen met het geschenk ; en zaakkundige borreldrinkers stonden op een hoopje, de glazen in de hand, de afwerking te prijzen.

De kroegbaas ging Job bedanken.

„Nou, meneer Job, wel bedankt. Een mooi stukkie werk hoor. me complement."

„ . . . Breng morgen het onderstel mee . . . zal 't vast maken, buiten", zei Job.

„'t Is een heel vrachie, 't mag wel stevig zijn."

„De stangen zijn zwaar", stelde Job gerust. En om verder van den plicht te antwoorden bevrijd te zijn, ging hij zwaar aan zijn bier zitten drinken.

De kastelein ging evenwel nog niet weg.

„Waar heb ik dat nou eigenlijk aan te danken?"

„0, zoo maar ... te danken V' zei Job, hij lachte heel even en erg béte .. . „Zoo maar .. .!"

„Het is zeker een zomerkarrevveitje geweest?" informeerde de kastelein.

„Ja . . . ja."

„Lien meid, bedank jij meneer Job nou ook is."

Lien kwam, vet glimlachend over de moppen van halfbeschonken klanten, achter het buffet vandaan en bracht Job haar dank.

Sluiten