Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het waren bijna uitsluitend jongens, die zoo de jacht van hun politiek geloof dreven. Oudere en kalmere fabrieksarbeiders werden op hun gang naar huis door zoo'n herrie belemmerd, stompten zich door de hoopjes heen en spoedig werd de stroom van naar huis haastende voorbijgangers, die ongeduldig rond stompten op de vechtenden, zoo groot, dat de jongens den strijd wel moesten opgeven. De stroom van leven, die zich door het steegje wrong, duldde zulke incidenten niet langer dan een oogenblik. En jongens als Nol, hadden genoeg eerbied voor de vaderlijke knuisten, in jaren arbeid gehard, om een waarschuwende stomp naar waarde te schatten. De ouderen, nietmeedoeners, vonden dat politiseerend vechten kinderspel en zouden overigens geen stap ervoor hun weg verlaten; alleen omdat ze dat niet wilden, maakten ze er een eind aan, ook in dien zin de wet der solidariteit kennend.

Een andere verheuging voor fabrieksjongens waren invallen in kroegen van politieke tegenstanders. Er waren café's, waarin alleen anarchisten kwamen, andere waar niet dan socialisten dronken en praatten. Een derde soort partijgangers had

Sluiten