Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Is het waar, maken jelui het hek ?"

„JE."

„Hoe dan. Zonder teekening ?"

„Weet ik niet, ik zeg je dat het gaat."

„Ik heb er nog nooit van gehoord, dat een smid wat maken kon zonder teekening. Dat moet een nieuw model smid zijn!"

„Hoe zoo ?"

„Je weet, het spreekwoord zegt: zoo stom als een smid."

„Je spreekwoorden heb ik niet noodig."

„Toch gaat het", sarde Nol.

Job kwam binnen en niemand durfde meer van het hek spreken. Job was als een stier, die elk oogenblik hoornwoest kon worden.

's Avonds heel laat ging Antoine met een kaarsje de werkplaats in. Hij zag het liggen, het hek, ellendig geraamte van ruw ijzer, zonder buiging van lijnen, zonder uitwerking van ornamenten, nergens een rozet op de plaats, waar er een moest zitten . . . niets dat ook maar een schaduw leek van de voorbeelden van groote mannen, de groote geestessmeden, die honderd generaties van smids hadden beheerscht, als een dom leger van arbeid-

Sluiten