Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij weer aan het tafeltje van de broers zitten, waar Hasvelt over de staking sprak, die nog altijd duurde. Voorzichtig begon hij de broers te waarschuwen, dat ze nog eens tegen de lamp zouden loopen met hun doorwerken. Dat ging toch niet! Alles wat ijzerbewerker was, staakte nou sedert een week. Allerlei lui waren al aan den winkel geweest, dat wist hij, om hun beleefd te vragen er ook uit te scheiden. Maar ze kregen nauwelijks antwoord. Vader, Her en Nol keken Job aan na zulke vermaningen en Job zei niets. Dan stond zoo'n kerel daar voor Jan-klaassen in de werkplaats en kon weggaan zonder dat ze zelfs goeie morgen tegen hem zeiden. Zoo kan je toch niet doen tegen je kameraden !

Vader werd wanhopig onder die toespraken. Geërgerd zei hij :

„We kenne er niet uitscheiden. We werken aan het hek."

„Doet er niet toe", vond Hasvelt. „Dat hek komt wel terecht; met je vieren klop je aan dat lamme hek en met zijn duizenden loopen ze in de stad rond. Heb je dan heelemaal geen gevoel voor solidariteit?"

Sluiten