Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werden rood, vaders beenen plooiden bijna onder het gewicht, op Job's gezicht scheen toornende drift uit te barsten onder den bloedaandrang, die tegen het litteeken beukte.

„Hu, hu", dreef hij de broers aan, schor, woedend dat ze niet werken wilden, zooals hij het had verwacht.

„Het gaat niet", zuchtte vader.

„'rdomme, het mot", rauvvde Job, zonder mededoogen voor het lijden van den ouden man. „'t mot, zeg ik je." En hij woelde zijn schouder dieper tegen de kantige staven.

„Hu, hu dan."

Het litteeken berstte open en een groote, diepe roode druppel viel over zijn oog langs den wang. Het gestel bewoog niet.

„Ik hou het niet meer uit", riep Her. „We motte strijken."

„Strijken", zei nu ook Job, somber als een gebonden stier. „Haal werkvolk van de fabriek."

Het gevaarte werd neergelegd, en Nol liep hard weg om hulp te halen onder het werkloos smidsvolk, dat rond de fabrieken dwaalde. Vader kon gaan zitten. Her kuchte, halfdood van vermoeienis.

Sluiten