Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toeschoot, zonder dat hij wist met welke middelen de lauwe vrees, waarmee zij beladen scheen, moest afgeweerd worden. Dan verwonderde hij zich weer over het feit, dat hij moedig weggegaan was van huis. En als dat een oogenblik geduurd had, dan stond de reden daartoe, de haat tegen Job, weer zoo strak voor zijn geest, bitterder nog omdat hij zich op dien sterken man niet kon wreken. Blij dan weer voor een hal ven dag. dat hij was weggegaan, bevredigde hij zich met zijn leven van doelloos slenteren door de stad, mooie vrouwen nakijkend, soms turend naar de scheiwitte luchtetfecten boven de huizen.

Op zulk een dag, moe geworden van gedurig loopen, was hij na lang aarzelen bij Hasvelt aangegaan om nog eens te informeeren of hij zijn geld nu haast kreeg.

Hasvelt woonde niet ver van het fabriekskwartier op een bovenhuisje. Een slordige, zwarte, jonge vrouw, die maar half hollandsch verstond, deed hem open. Toen hij naar den practizijn had gevraagd kwam Hasvelt zelf naar voren.

„Ü, ja, of hij maar boven wilde komen. Hij had meneer juist willen schrijven."

Sluiten