Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Autoine klom naar een als kantoor ingericht kabinetje.

„U znlt wel begrijpen waarom ik kom."

„Ja", zei Hasvelt met een glimlachje.

„U behoeft daar niet om te lachen ; ik ben ook arm. ik begin ook honger te lijden."

„Non, je behoeft niet kwaad te worden", zei Hasvelt, weer vervallend in den onden vriendschappelijken toon. „En tenminste op mij behoel je niet kwaad te zijn, mij heb je niets te verwijten."

„Dat niet, maar ik wou alleen maar zekerheid hebben omtrent mijn geld."

„Ja, je krijgt het, maar op het oogenblik zal het slecht gaan . . . alles, het is nog al veel."

„Nou, geef dan alvast wat!"

„Dat kunnen we wel doen. Hoeveel?"

„Hoeveel hebben ze T

„Zij 1 Niks. Het zou geld zijn dat ik voorschiet. Ze leven van vandaag op morgen."

„Dan moeten ze er maar uit, en dan wordt de zaak verkocht", zei Antoine, opeens weer vol wraaklust.

„Ik zou het je niet raden. Als Job eruit gaat is de zaak niks meer waard."

Sluiten