Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zijn juffrouw dacht aan een ongeluk. Toen zij meewarig vroeg naar zijn ongesteldheid, antwoordde hij nonchalant en pedantisch, dat dat altijd zoo gewoonte was geweest in zijn familie.

„Zoo", zei het mensch. „Je ziet er anders nogal uit naar fijne familie. Moet je dat broekje eens zien.'

Het greep Antoine in de ziel, die hij zich voor de korte dagen van weelde had aangeschaft. Den volgenden dag kwam hij thuis in een nieuw pak met een rotting en een dasje, dat hem met zijn tonige kleur en fijngeteekeud ornament zeer beviel. Meteen zei hij tegen de juffrouw, dat hij de volgende maand verhuizen ging.

Het armelijk vrouwtje had nu ergen spijt van haar minachting van den vorigeu avond en deed alles om het weer goed te maken. Meteen ging al haar fantasie aan de mogelijkheid op een prijs uit de loterij of een millioenen erfenis aan het werk.

„Ik heb het gisteravond niet zoo bedoeld", zei ze. „Ik weet wel dat U het betalen kunt ... en als ik den boel hier eens wat opknap dan zal U eens zien, hoe netjes of het wordt."

„Nee, dank U", zei Antoine. „En laat me nu alleen."

Sluiten