Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij den gast niet vertrouwde. Daar in een anderen hoek zat een gezelschap, rijker menschen dan hij, die niet treurden om een verloren paar honderd gulden. Alzoo, nu hij eenmaal hier was, zou hij doen zooals zij. Er zaten vrouwen bij, mooie, groote vrouwen, als bevallige dieren met vleezige, schommelende heupen. Hij zag de lijn van die heupen overgaan in de molligheid van de dij, ouder kleurige kleeding. die de vormen zoo schoon er onder verwachten deed, een begeerlijkheid, die neerglimlachte op zijn suf armoedig leven . . . Dat mooi, dat mooi in bedwelming van aesthetisch savoureeren, waarbij de geest opvaart zonder te vragen waarheen . . . met dat mooi hadden zijn voorvaderen geleefd, 't Was waar, want zijn moeder had het hem verteld en hem vaak doen beloven, dat hij zulk een mooi weer voor zijn geslacht verwerven zou.

Hij riep den kelner, bestelde nog een flesch duurderen wijn, en toen hij ze voor zich bad, betaalde hij met een biljet van honderd gulden.

Het was de bres, waardoor zijn heele verzet tegen zichzelf in elkander stortte. Hij dronk en dacht niet meer aan sparen. De lichte zaal met

Sluiten