Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Hebben de raenschen dan geen smaak meer?"

„Dat weet ik ook al niet. Maar de pastoor zeit, dat de coöperatie en die nieuwigheden uit den booze zijn en nou kunnen de menschen doen wat ze willen, daar houd ik me bij."

„Hoe kom je zoo goed met den pastoor?"

„Waarom T zei vader met een schel opkijken en er lag alweer een dreigement in zijn vraag. „Omdat die me goed geraden heeft. Ik ben naar hem toegegaan om hem te vragen, wat hij dacht van de coöperatie. Waut Nol die zeurde me kop erom gek en toen op een dag Job zei: het moet er door met de coöperatie, toen heb ik den pastoor gevraagd en hij zei: je mot het niet toestaan want de werklui worden er pedant en ketters door. En toen hen ik teruggegaan naar hem en heb ik gezegd tegen Nol : 't gebeurt niet met je coöperatie. Job kwam er bij en die zeit: dan ga je er uit. Ik heb me voorhamer genomen en ben voor een aambeeld gaan staan. Een knappe jonge wie me er uit krijgt, zei ik. Veertien dagen hebben ze me voor vuil vet laten staan. Eiken dag heb ik 'r gezegd dat ze ketters waren en de kerk schande deden

Sluiten