Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Enfin", besloot Antoine. „Jelui hebben er ook geen schuld aan. Maar mij spijt het, dat ik hem niet gewurgd heb, toen hij den eersten dag by ons aan huis kwam."

„Schande, zulk een wensch", zei de pastoor, die juist binnen kwam.

Het was een groot, kalm man, een vleeschlijk machien van vroomheid, dat den ganschen dag arbeiden kon, zonder iets van zich zelf te geven bij de vervulling van zijn taak. Als hij maar vroomheid brouwen kon, was het hem eender wat voor materiaal er in den ketel ging. Gemoedelijk kwam hij bij moeder zitten, die hem zonder twijlel haar zoude van voor dertig jaar tallooze malen had gebiecht. Vader kwam er ook bij en zoo — Antoine zag het een beetje terzijde staand aan — verbroederden zij zich gedrieën in een gesprek over de vogeltjes buiten en de roeringen in den grond voor de nieuwe riooleering, waarnaar vader ook dien dag weer had staan te kijken.

„Is dat Uw zoon, moeder?" vroeg de groote pastoor daarna met zalving en stemverhelling, want hij dacht of het vleesch van de zonde öf

Sluiten