Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De schoolboeken.

De hevige concurrentie en de voortdurende veranderingen van leerplan zijn van grooten invloed op het schoolboek.

Vroeger, toen de menschen nog niet zoo „beschaafd" waren, had men slechts eenige weinige soorten van schoolboeken ; de brave Hendrik en de vlijtige Maria, met en benevens de godsvruchtige Kaatje of Keetje, en de wangedrochten van den braven Hieronymus, leerden de nog niet braaf zijnde, aan luiheid of ongodsdienstigheid labroreerende spes patriae hoe ze op den goeden weg konden komen. Tegenwoordig heeft, om zoo te zeggen, schier iedere inrichting van onderwijs zijn eigen leerboeken. Eenige weinige „klassieke" boekjes, zooals de leesboekjes van Leopold en de Roodwit-en-blauw-serie van Mijs, handhaven hun oud debiet. Maar ambulante hoofden van scholen vervaardigen nieuwere en nieuwe methodes, de eene al beter en practischer dan de andere, en er is, zooals de man, die aan 't verdrinken was, zeide, geen uitkomen meer aan. Er is overvloed van keus, en daardoor staat men met de handen in 't haar.

In „de eeuw van het kind" is dit echter een logisch verschijnsel.

De wetenschappelijke boeken.

Deze varen er nog het best bij ; door de toenemende zucht naar kennis, die ons bezielt, en de toepassingen van de nieuwe ontdekkingen der wetenschap op kunst en industrie, is hun toekomst verzekerd.

TE VEEL DEBIETZAKEN.

Dit, wat de zijde der uitgevers betreft; thans een woordje over de boekhandelaren.

Zij ook zijn te groot in aantal: als door toovenarij hebben zij zich vermenigvuldigd. Hilversum b.v., een plaats van 21.000 inwoners, telt 12 boekhandelaren. In 1850 was er slechts 1 op eene bevolking van bijna 6000 zielen. Het heeft er werkelijk veel van, of de

Sluiten