Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kocht had, kocht hij in een winkel een of ander toiletartikel voor zijne vrouw ; daarna ging hij stoutmoedig naar haar toe en werd natuurlijk allerliefst ontvangen vanwege het cadeautje. „Op die manier", zeide Leber, „heb ik de kostbaarste boeken kunnen aanschaffen." i)

DE BIBLIOPHIELEN VAN THANS.

De boekenverzamelaars onzer dagen kunnen gerangschikt worden in twee klassen : de verstandige en de hartstochtelijke bibliophielen.

De wijze verzamelaar koopt de boeken om hun innerlijke waarde. Hij zoekt goede edities en wenscht een betamelijk uiterlijk. Hij leest en herleest ze, en zegt met d'Alembert : „Ongelukkig het boek, dat men nooit verlangt te herlezen."

Cardau, een geleerd mathematicus en dokter uit de 16e eeuw, wilde slechts drie boeken hebben :

1°. Eene levensbeschrijving der heiligen en andere groote mannen.

2°. Een bundel verzen ter verstrooiing.

3°. Eene handleiding voor den omgang in het dagelijksch leven.

Indien deze praktijk ingang had gevonden, zouden de boekhandelaars er slecht afgekomen zijn. Maar 't is waar, wie de boeken weet lief te hebben, behoeft er geen groot aantal van te bezitten. Veel lezen is de taak van den geleerde ; het komt er maar op aan goed te lezen, en uit een boek de schatten te halen, die het genie of de wetenschap er in gelegd hebben.

In 't algemeen geldt zelfs de regel, dat, hoe meer boeken men heeft, hoe minder men ze leest (zie het gezegde van den Chineeschen philosoof), en ik zou er bij willen voegen, dat, indien men slechts kocht, dat, waarvan men nut had, er niet veel zou gekocht worden.

Carmen Sylva, in haar koninginne-naïveteit, heeft beweerd, dat ieder mensch zich moest omringen met boeken ; in de slaapkamer, in de huiskamer, in éen woord, overal, waar men in huis ging of stond, moest het boek u toelachen. Bij het opstaan, en bij het naar

1) hVnnroia, Le Chasseur bibliographe, le jg. 1862. bl. 11.

Sluiten