Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Keeren wij thans tot het dagblad terug.

In een land als Frankrijk, waar het intellectueel leven zulk eene groote plaats inneemt, is het geen absoluut vereischte voor hen, die de publieke meening onderrichten, haar geregeld op de hoogte te houden van de intellectueele beweging. *) De verschijning van een boek is van minstens even groot belang als een automobielongeluk of een inbraak in een kinderkamer.

Men zou overigens, als de Engelsche en Amerikaansche (en goddank ! ook de Hollandsche ! A. v. d. V.) pers kunnen doen, die, om aan de betaalde reclame al haar recht te laten wedervaren, eene plaats hebben ingeruimd aan de onafhankelijke boekcritiek.

II.

DE MIDDELEN TER GENEZING.

Dit zijn alle oorzaken van het kwaad : veelvuldig en verscheiden, zooals men ziet. Is er voor dezen stand van zaken een geneesmiddel ?

Aan raadgevingen heeft het niet ontbroken, en velen hebben een radicaal middel voorgesteld om aan het lijden van den boekhandel een eind te maken. Wij zullen eenige dezer middelen onderzoeken.

DE PREMIE'S.

In de eerste plaats de premie's.

Oorspronkelijk was de boekhandelaar de tusschenpersoon van den drukker en kreeg hij 5 % commissieloon. Later vroegen de boekhandelaren een verhoogd rabat, en de korting werd op 8, vervolgens op 10% gesteld; toen, boden zij den drukker-uitgever aan eenige exemplaren op risico te nemen, mits zij een 25e gratis ontvingen. Dat was de oorsprong van de premiegetallen.

Een handel van beteekenis werd de boekhandel omstreeks 1770; de boekhandelaars-zelf legden zich op uitgeven toe. Machtiger nu en meereischender, vroegen

1) FaBquelle, La Revue, Oct. 1903.

Sluiten