Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zij onder voorwendsel van verhooging van de waarde van hun arbeid, 25% en de premie 13/12 ; dat maakte 33%. Dit was een maximum en bleef tot 1815 in zwang. Toen begon de debiethandel ; de klad kwam erin en de debitant vroeg 25% en twee premie's op de 13,

tezamen 40%.:)

Moeten de premie's worden afgeschaft ? Maar aan zullen de boekhandelaren zich beklagen, en te recht, dat zij op gelijken voet als de clienten worden behandeld, en ze zullen jammeren, dat de uitgever hun zelfs niet zich hun levensonderhoud laat verdienen.

,,üe uitgevers", zoo heeft men gezegd, „moeten verhinderd worden extra-rabatten te geven ; dat zal den verkoop door leeraren, enz. tegengaan. Het rabat moet voor allen gelijk zijn." In theorie is dit heel aardig, maar het is slechts eene utopie. Of zoudt gij, menschlievende lezer, willen, dat de uitgever niet luistert naar de voorstellen van een groot magazijn of een groot debitant, om hem eene geheele partij voor rekening a contant of tenminste op korten termijn, af te koopen, hetgeen hem dus vrijwaart voor het gezeur en gezanik van zooveel verkoopjes op jaarrekening, noodig om hetzelfde bedrag te bereiken ? Nu zullen we nog de terugkomende wissels buiten beschouwing laten.

Bovendien, als het er hem niet om te doen was zijne confraters te verplichten, zou hij zelf het slachtoffer worden van zijne goedhartigheid. Waarlijk, wie kan dit of dat magazijn van nouveauté's verhinderen zichzelf uitgever te maken, en een rij kerstmis- of schoolboeken aan te bieden tegelijk met eene verzameling . dassen of parapluies ? Het zou hem gemakkelijk vallen aan het hoofd van deze afdeeling een. intelligent bediende te plaatsen, misschien wel een oud-uitgever, door het fortuin verlaten. Deze zou verrukt zijn over eene dergelijke goede betrekking, duurzaam en soliede, onbezorgd en weelderig : immers, hij heeft de noodige gelden, de clientèle, en — wie weet ? hij zou misschien in staat zijn zijne boeken met verlies te verkoopen, zooals hij het met de étalage-artikelen doet, die slechts dienen om koopers te lokken.

De schrijver wordt hier ondeugend, of liever gezegd-

1) Jobard, Annales de 1'Imprimerie, 1852, No. 10, pag. 261.

Sluiten