Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

restanten brengen. De maatschappij moest een kapitaal hebben van fr. 200.000, verdeeld in 200 aandeelen. Tien uitgevers, ieder inschrijvend voor 10 aandeelen, brachten voor fr. 100.000 bruto aan boeken in. Bovendien bleven er fr. 100.000 over voor de oprichters. De maatschappij, die met 90% zou koopen, zou verkoopen met 70% op overeen te komen termijn. Het verschil moest dienen om den deelnemers een dividend uit te keeren, het algemeen fonds van nieuwen voorraad te voorzien, en, vooral, om de onkosten en het salaris van den directeur te betalen.

Nog zou ik kunnen noemen de groote boekenloterij, die opgericht was (zo tals de aankondiging luidde) onder beschermheerschap van de „Société des gens de lettres" : de maatschappij zou van de uitgevers de restanten opkoopsn met 90% rabat, en deze restanten zouden de loten vormen. Het batig saldo der onderneming kwam der weerstandskas van de „Société des gens de lettres" ten goede.

Ik zie niet goed in, hoe deze organisatie den handel in boeken zou redden : de verkoop met 90% korting kan nimmer door iemand als een „goede zaak" worden beschouwd.

In denzelfden gedachtengang heeft men een voorstel te berde gebracht om de verdragen, die de „Société des gens de lettres" met de dagbladen had aangegaan betreffende den nadruk van literaire werken a 5 centimes of meer den regel, (naar overeenkomst of inschrijving); nietig te doen verklaren. De prijzen van het recht tot nadruk zouden verhoogd worden, waardoor men hoopte, dat de couranten nu liever iets nieuws zouden willen geven dan het oude, daar zij er toch nagenoeg hetzelfde voor betalen moesten. Dit was, naar men meende, het middel om de concurrentie, die deze nadruk den reeds verschenen boeken aandeed, den kop in te drukken. Ik voor mij zie er in de eerste plaats in een afname-gebied voor het proza van de derderangs-auteurs, die niet weten, hoe zij hun werken anders gedrukt krijgen; een premie voor het doen ontstaan van nieuwe feuilleton-romans, die toch reeds zoo welig tieren.

Dank zij de zegeningen(l) der niet-toetreding tot de

Sluiten