Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE UITGEVER MOET ONTWIKKELD ZIJN.

Het is niet noodig, dat de uitgever een geleerde zij, als Henri of Robert Estienne, als Renouard of Didot. Hij behoeft volstrekt geen Latijn te kennen noch Grieksch te kunnen lezen, zooals het edict van Augustus 1686 (titel VI, art. 40) het wilde. Maar de uitgever moet ontwikkeld zijn.

Het was in 1803 van algemeene bekendheid, dat van de drie voornaamste Parijsche firma's, er twee waren, welker oprichters, die bij hun dood een groot vermogen nalieten, lezen noch schrijven konden. De eigenaar van de derde zaak alleen had het zoover gebracht, dat hij op rijpen leeftijd vrij aardig spellen kon. Alle drie hadden geruimen tijd met groente gevent in de straten van Parijs, en bij toeval werden ze den boekhandel in de armen geworpen, i) Balzac, die niet veel met de uitgevers ophad, zeide, dat er in zijn tijd twintig boekenverkoopende groentehandelaars waren, die naar de handschriften de beteekenis van de titels beoordeelden. 2) Balzac overdreef ; in ieder geval vindt men tegenwoordig dergelijke wondermenschen niet meer in den Parijschen boekhandel.

DE TAAK VAN DEN UITGEVER.

Men stelt zich deze niet altijd juist voor. Men meent dikwijls, dat het voldoende is, als de uitgever het manuscript uit de hand van den schrijver aanvaardt, het zonder het in te zien naar de drukkerij zendt en ten slotte een zeker aantal gedrukte exemplaren, al of niet gebonden, in ontvangst neemt en door den omzet daarvan een zoet winstje in den zak steekt.

Als de uitgever slechts een eenvoudig handelaar in bedrukt papier wil zijn, dan is het bovenstaande ongetwijfeld voldoende.

Het is evenwel zijn plicht de manuscripten met aandacht te lezen, en slechts de goede te aanvaarden.

1) A. de Saint-Maurya, artikel Lefèvre (Jean—Jacquea), 2 kol 8°.

2) Balzac, Notes a MM. lea Députés compoaant la eommiasion de la loi aur la propriété litteraire nomméa en 1836.

Sluiten