Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sigaar in 't hoofd, door zijn kornuiten nageroepen wordt: „sigaar, waar ga je met dien jongen heen ?!" De „letter, die het oog aangenaam aandoet", enz. (zie boven), zinkt weg op het „papier van elegant en gemakkelijk formaat" (zie boven), als de rij stenbrij-eter in den Luilekkerlandschen berg ! (Aanm. v. d. V.).

Verder moet hij een degelijke zwarte inktsoort nemen1); terwijl hij voor zijne illustraties al de moderne procédé's, die de houtgravure en den steendruk hebben verdrongen, tot zijne dispositie heeft ; ten slotte kieze hij een binder, die werk maakt, dat niet bij de eerste de beste gelegenheid uit elkaar valt.

De boeken van thans gelijken de zoogenaamde „ beauté's du diable" : schitterend in trotsche schoonheid, een lust voor de oogen, maar oud en verwelkt vóór den tijd. (N. v. d. V.).

DE CORRECTIE.

De uitgever moet vooral waken voor zorgvuldige correctie. Deze laat dikwijls veel te wenschen over, doordat de auteurs, die hunne proeven corrigeeren, niet lezen, wat er staat, maar wat er moet staan, en ook, doordat de drukkers voor het meerendeel geen artisten, maar industrieeleii zijn.

Goed corrigeeren vereischt eene bizondere bekwaamheid ; men moet er als 't ware „oog" voor hebben. Het is niet genoeg de fouten er uit te halen, men moet ook de gebroken letters of de typen van een ander soort, die er per ongeluk tusschen verdwaalden, opmerken. Van der Meulen verhaalt van drukfouten, die enkele werken in prijs deden stijgen2), doch het zou mij leed doen, als speculatieve lezers-uitgevers met opzet eene fout, waardoor mogelijk hun boek in prijs zou stijgen, over het hoofd zagen. Want weet, dat het kwaad zich altijd straft, en dat men slecht te pas

1) De onder Lodewijk XIV en XV gedrukte boeken zijn nog als nieuw, terwijl men onder onze nieuwste uitgaven, vele zou kunnen aanwijzen, die in weinig jaren oud en versleten zijn, waarvan het papier vergaat en aan beide zijden van het blad een geelaehtigen, olieachtige» inkt laten zien. (Hébrard, De la librairie, 1847, p. 11.)

2) Vaïl der Meuletl, De Boekenwereld, bl. 173, noot.

Sluiten