Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Neen, door enkelen uwer geestverwanten geacht, gevleid en gevierd lid der firma Gebroeders Hengelaar & Co., ik verlies niet uit het oog, dat gij, in benijdenswaarde zelfgenoegzaamheid, thans (en ik spatieer uwe geliefkoosde uitdrukking) te hoog staat op de ladder der hedendaagsche samenleving, om ook maar een enkel oogenblik aan de zwakheid u plichtig te bekennen, van een tittel of iota u aan te trekken in dit geschrift. Want overtuigd als ge zijt, dat krachtens onze goddelijke Nederlandsche wetgeving het summum jus aan aan uwe zijde is, kan het summa injuria u tamelijk onverschillig zijn. De opkomst van een alledaagsch menschenkind tot het standpunt van den dag, door een fin de siècle-toestand, waarbij de gerechten, de zwakken moeten ondergaan wegens machtsmisbruik, laat zich, met geringe wijziging, samenvatten in het zesregelig vers:

Ich steh' auf meines Zieles Zinnen,

Und schaue mit vergniigten Sinnen

Auf die beherrsckte Bande kin.

„Sie ist mir zittrend unterthanig!"

— So spricht er zum Trabanten gahnig —

„Gestehe, dass ich Herrscher bint" ')

En gij grimlacht met den grijns op het gezicht, waarvan een gemoedelijk, een eerlijk man beeft tot in het binnenste zijner ziel.

Dit neemt niet weg, dat bij de abnormiteiten waarvan wij in de tegenwoordige samenleving dagelijks getuigen zijn, ik, bij het wijzen op misstanden, iets meer gevoel voor den natuurgenoot dan de dualistische overweging, die het wezen uitmaakt van veler bestaan:

1) Fr. v. Schiller. Der Ring des Polykrates.

Sluiten