Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de collega's van het kantoor zult u het al volkomen treffen naar wensch. U mag van geluk spreken, dat de heeren, op een enkele uitzondering na, menschen zijn van middelbaren leeftijd, goede veertigers.

— En de uitzondering? — was mijn nieuwsgierige vraag — hoe jong is die wel?

— Een twaalftal jaren uw meerdere, met de zeven kruisjes. Eén onder het personeel is een uitstekende referendaris, volkomen op de hoogte der zaken, een flinke klerk, een algemeene vraagbaak, die zelden of nooit het antwoord schuldig blijft en u geheel op de hoogte zal brengen van wat u weten moet; dien moet u vooral te vriend houden.

— Die man is zeker de bureau-chef, de rechterhand van den directeur?

— Hij is een gewezen onderofficier — was het doodleuk ontwijkend antwoord, dat een diplomaat dezen IIengelaar zou hebben benijd — ik moet u zeggen, meneer Karper, dat wij er geen rechterhand op nahouden . . één heer, één meester, en dat is —

— Uw broeder — vulde Jan Karper aan, die zich niet op zijn gemak gevoelde, omdat hij, behoudens allen eerbied voor bekwame sergeanten, bij ondervinding wist, dat deze kommandeurs gaarne een gezag blijven uitoefenen, ook in burgerlijke betrekking, en dit geusurpeerd gezag in den regel kracht bijzetten met wat onze oostelijke naburen vrij eigenaardig aanduiden met de benaming van Kasernhofbliithe. De tijd zou hem leeren, dat hij, in zijne voorstelling van dien „Algemeenen referendaris," zich hoegenaamd niet had vergist.

— En dan moet ik u er aan herinneren — ging Hengelaar Senior vertrouwelijk voort — dat de heeren van 't kantoor er van houden elkaar nu en dan in het zonnetje te zetten.

Sluiten