Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dief!" Nu zou het al heel toevallig wezen, als er onder de hoplieden der 's Gravenoordsche landweer maar éen roodharige werd aangetroffen, en ik snap het allerminst waarom een van die kleur wordt „gemarkeerd .

Meneer!... — sprak Jan Hengelaar op plechti gen

toon, terwijl hij van zijn zetel verrees en zijn hoofddeksel opzette — er zal nog wel meer zijn in het leven, dat u minder duidelijk is.

— Het leven, zeer zeker is mij een raadsel, . . dat

stemde ik gaarne toe.

— Dat bedoel ik niet. . . u maakt mij prikkelbaar; ik geloof, dat we het beste doen weer naar de American Bar te gaan, daar treffen we den —

— Kapitein — vulde ik aan.

— Neen... den directeur!

De Senior was eensklaps weder zich zelf. Hij scheen er van te houden mij marschen en contramarschen te laten maken. Op weg naar het Rokin nam hij een hardnekkig, onheilspellend stilzwijgen in acht. Ik kon nu werkelijk niet begrijpen waarom de Junior niet kwam opdagen. In de Bar aangeland, heette het andermaal: —wacht mij hier, ik ga even naar den Dam, het is nu kwart voor vijven, ik zal den directeur van de tram afhalen, de trein waarmee

hij komt, is aan.

Ik begon te begrijpen, dat de hoofdman, dien morgen naar Amsterdam willende gaan, op het laatste oogenblik door schutterijzaken — zooals meer verhinderd was geweest en in zijn plaats een afgezant had geordonneerd, die in last had mij een geheelen dag bezig te houden met beuzelpraat en enkele glaasjes cognac. Ik verdenk thans dien handlanger, terwijl hij mij in het Bible-hotel plantte, intusschen bij Kras zich te hebben gerestaureerd, want hij is er de man niet naar zijn maag op rantsoen te zetten, nat of droog.

Sluiten