Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Weinig vermoedde ik, dat bij een eerste uitbetaling van tractement reeds daartegen zou worden gecontraveneerd, en dat een finale afrekening de rapaciteit der Hengelaars in het helderst daglicht zou stellen.

Achtte ik een formeel contract van twijfelachtige waarde, ik had toch dienen te begrijpen, op de schriftelijke voorwaarde te moeten aandringen, dat bij mijn eventueel verlaten van de maatschappij, wegens niet-voldoening wederzijds, het aandeelenbedrag mij moest worden gerestitueerd. Hadde ik van het eerste oogenblik af mij die mogelijkheid als een waarschijnlijkheid voorgesteld, een zee van rampen ware mij bespaard.

Wie is ten allen tijde wijs?

— Zoo zal het goed zijn — merkte Pieter Hengelaar aan, terwijl hij Jan Karper het bewuste schrijven overhandigde, vervolgens den wissel van f 5000.— in een zakportefeuille opborg, en zijn horloge raadplegende — het wordt nu mijn tijd. Tot de andere week dus, meneer!

De met bezigheden overstelpte man bespaarde mij een tweede monstering van en door zijn kantoorpersoneel, toen hij onmiddellijk hierop de eeredeur voor mij opende, die uitkwam in de lange gang, opdat ik het spoorwegstation zou bereiken — op mijne wijs.

Op de Groentengracht gekomen, trok een coupé, die voor het huis stil stond, Jan Karper's aandacht. Het ding voor een doktersvoertuig aanziende, veroorloofde hij zich de belangstellende vraag aan den koetsier of iemand ziek was in het huis.

— Neen — antwoordde deze — ik breng meneer Hengelaar temee naar den trein voor Amsterdam.

— Hij heeft toch gelijk — meende Jan Karper — onze wegen loopen vrij wel uiteen, haasten we ons — daar gaat juist de tram naar het station.

Sluiten