Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in overweldigende lengte te machtig begon te worden, den spreker in de rede — maar ik kan nti nog minder terugkrabben dan ooit. Dit zult u, businessman, het eerst begrijpen, dunkt mij.

— Er zou een mouw aan zijn te passen — zeiden Laxandi & Co. — doch wij wenschen vreemd te blijven aan den schijn alsof wij belang hebben bij uw geld.

— Ik kan mijn noodlot niet ontgaan! — riep Jan Karper uit met een theatraal gebaar — het vervloekte er van is, dat Hengelaar & Co. eerst dat geld moeten hebben —

— En dan uw persoon... dien zij best kunnen missen. Adieu!

Ik had dus nog — om mij van Janmaats uitdrukking te bedienen — een week voor den boeg.

Was het de overspanning der laatste dagen, die mijn gestel totaal in de war had gebracht? Werkte het duister voorgevoel eener alles behalve rooskleurige toekomst mede, om mij eene wijle nog te doemen tot gedwongen werkeloosheid ? Genoeg, de zoogenaamde modeziekte greep mij aan, met al den aankleve harer naargeestige onhebbelijheid. Tot overmaat van de beroerdheid — men houde mij dit woord, dat het best den toestand teekent, ten goede — kwamen beurtelings ongevraagd mij geheel onbekende personen opdagen, om mij terug te houden van een onberaden stap. Het typische hunner onderling vrij wel overeenstemmende verklaringen kwam per slotsom meestal neer op het „hondenleven", dat mij wachtte in de luxe-stad 's Gravenoord.

Jan Karper houdt er een eigenaardige mystiek op na. Wellicht draagt zijn verblijf in Indië daaraan schuld. Tot vervelings toe herhaal ik: er ligt een fatum op sommige menschenkinderen, het Kismeth van den Arabier, waaraan

Sluiten