Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de rede — want dan hadt u zich een vergeefsche reis bespaard.

Jan Karper kon zijne ooren nauwelijks gelooven. Begoochelde hem de influenza, welke alsnog niet had uitgeraasd? En de onheilspellende blik van Hengelaar, gaf die iets anders te kennen dan dat, op het laatste oogenblik nog, de zaak was in duigen gevallen, zegge geketst? Zouden Laxandi & Co... . ?

— Ik liet u aanschrijven — vervolgde Hengelaar Junior, die Jan Karper's verbazing en peinzen met minder welgevallen gadesloeg, omdat hij dezen, zooals later bleek, verdacht van niet onvoorwaardelijke onderwerping aan en berusting in zijne (Hengelaars) plannen — om eerst op 18 Januari uwe betrekking te aanvaarden, om reden ik heden, zoo straks tegen 12 uur, „even" voor zaken naar Berlijn moet en eerst na verloop van een dag of acht weer zal terug zijn. U zult begrijpen, dat hier niemand is, die u in uwe werkzaamheden kan inleiden als ik alleen. Ik geef u dus nog vacantie voor dien tijd.

Jan Karper's gelaat teekende diepe teleurstelling. Hij had gedacht den doodendans te zijn ontsprongen en zag nu slechts uitstel van executie. Dat hij, in weerwil van deze winterreis naar Pruisen's hoofdstad, waarop mevrouw Hengelaar, volgens gedienstige mededeeling, haren echtgenoot zou vergezellen, alevel niet aan den slag kon gaan, was hem niet recht duidelijk.

— Valt het nieuws u niet mede? — vroeg Hengelaar Junior, die de teleurstelling op Jan Karper's gezicht meende te lezen.

Deze laatste kon een gulle bekentenis niet weerhouden. Hij achtte het toch zaak nu ook eens, voor een oogenblik, den diplomaat te moeten uithangen.

— Om u de waarheid te zeggen — antwoordde

Sluiten