Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Ik mag niet zeggen, dat ik aandeelhouder ben — vulde Jan Karper stoutweg aan.

— Meneer, u dient te zwijgen als uw directeur spreekt, begrijpt u!

— Ik begrijp, meneer Hengelaar.

— Men noemt mij hier „directeur."

Dat is punt nummer twee. Het eerste, uw salaris, geldt hoofdzakelijk voor het geheele personeel, op ééne uitzondering na, en die uitzondering is zekere Glazenkamp, die volstrekt niet heeft te weten dat u aandeelhouder is. De anderen hebben er ook niet mee noodig, maar die Glazenkamp is zoon Jantje bemoeial, die met minder lofwaardige bedoelingen alles wil uitvisschen.

— Hij zal ook veel van hengelen houen — merkte Jan Karper droogjes aan.

Geen gezochte aardigheden. Glazenkamp bevalt me niet in zijn werk en gaat eerlang heen. U kent dus de consigne —

- Ja... en het wachtwoord weet ik ook — zei Jan Karper, voor wien Hengelaar Junior nu eensklaps oprees als de kapitein-kommandant der Gravenoordsche schutterij.

En u zult begrijpen, meneer, dat men hier zijn plicht heeft te doen; er moet worden gewerkt, hard en 'an£ï gewerkt, op mij rust een ontzettende verantwoordelijkheid —

- Ja, die is heel groot, vooral tegenover de heeren commissarissen, mannen van naam en faam, en dan, last not least, de aandeelhouders —

Meneer, u gaat uw competentie te buiten; dat staat niet ter uwer beoordeeling.

- Ja, dat s waar ook — zei Jan Karper, die tevergeefs trachtte in de rol te blijven van employé. — Ik was het bijna weer vergeten, dat ik aandeelhouder ben van vijf

Sluiten