Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een mail-dag aan de Rhodeso-Neerlandica.

— Zeg eens, ouwe heer — sprak de Jingo, ten aanhoore van de vergaderde collega's (! ?) op zekeren morgen, die ik opzettelijk een Vrijdag noem, want dan sluit des avonds ten half negen de mail voor Zuid-Afrika, — jij hebt liier toch maar een kippetjes leven, zoo heelemaal niets te doen, en wat je nog uitvoert is het gemakkelijkste werk, dat Sloet, den kantoorjongen even goed en vrij wat vlugger afgaat. Daarbij een tractement, om van te watertanden en er het heertje mee uit te hangen. Als ik me zeiven daar eens bij vergelijk, nog geen twaalf gulden in de week, en wat ik daarvoor moet doen, jongens, dan is 't toch beroerd in de wereld verdeeld. (Historisch).

— Zoudt u den patroon niet eens over die wanverhouding aanspreken? — gaf Jan Karper ten antwoord op eene insinuatie, welke hij van die zijde reeds eerder had verwacht en die hem dus niet onverhoeds op het lijf viel — ik heb de salarissen hier niet verdeeld.

— Ja, en dan moet je begrijpen, dat Jingo vandaag het al heel hard heeft te verantwoorden — begon Franssen op eenigszins spottenden toon. — Hij heeft niet alleen veel omvattenden geestesarbeid (nadruk op dit woord) te verrichten in het dagelijks bestellen van boekwerken, schoolbehoeften, galanterien, kramerijen enz., enz., maar hij moet den rommel ook verpakken. Al de tijdschriften in zooveel en zooveel rollen per boekpost. Hij heeft kisten moeten koopen, en dan komt 't op goed en voordeelig schacheren aan met zoo'n jodenboel, waar ie altijd graag mee te doen heeft.

Sluiten