Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wind in het vaarwater, met slingerend schip. Doorgaans komt op dien dag de mail uit Zuid-Afrika aan boord. De vertooning van „alle hens", voor het geven van noodige inlichtingen omtrent aanwezigen voorraad van alle mogelijke artikelen, ter stapelplaats Pretoria, is dan weer in vollen gang. Het luiden der scheepsklok neemt geen einde. Het eigenaardige der werkzaamheden aan het model-kantoor bestaat voornamelijk in het feit, dat bij aanwezigheid van den Kapitein, geen der geëmploieerden, tenzij men den heer Verkerker gelieft uittezonderen, een kwartier achtereenvolgens voortwerken wordt gegund. Zoodra hebt ge geen opdracht ontvangen en zijt ge er op bedacht deze behoorlijk uit te voeren, a têtc reposce, zoudt ge meenen, of het electrisch signaal van den Vliegenden Kapitein doet u opstijgen, en gedurende ettelijke minuten staat ge bloot aan de warmte van het vuur dat voor hem uitgaat. Ge tracht hem aan te hooren met de meeste belangstelling, verschuldigd aan zijn rang, met besef van den plicht, die op u rust, terwijl hij zijn betoog kruidt met de noodige „begrijpt u's?" en op kwistige wijze rondspringt met „meneer" voor, „meneer" na. Wijs mij een tweede kantoor ter wereld waar iemand, zooals aan de rhodeso-neerlandica, wordt „bemeneerd" tot suf wordens toe. Het koddigste van deze bemeneering is het feit, dat ook de schoonvader deelt in deze twijfelachtige eer.

Dat is tusschen deze beiden nu eenmaal overeen gekomen, als eene conventie sine qua non. Maar ook hierbij gaat de natuur wel eens boven de leer, met andere woorden, vallen de heeren wel eens uit de rol. De heer Verkerker heeft bij den doop de namen ontvangen van Josaphat Belisar. Als nu, bij vergissing, een gemoedelijke bui den Junior Hengelaar aanwaait, dan wil hij zich zelf wel eens vergeten en apostrofeert hij den schoonvader met de welluidende

Sluiten